ECLI:NL:CRVB:2015:4051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcte berekening dagloon bij wijziging arbeidsomvang in refertejaar
Appellant was sinds oktober 2008 voor 36 uur per week in dienst bij een stichting. In 2013 werd besloten de activiteiten van deze stichting te beëindigen, waarna appellant per 7 mei 2013 gedeeltelijk (24 uur) in dienst trad bij een andere werkgever en voor 12 uur bleef werken bij de oorspronkelijke stichting. Op 1 juni 2013 eindigde de dienstbetrekking bij de stichting en verloor appellant de resterende 12 uur.
Appellant vroeg een WW-uitkering aan voor het verlies van deze 12 uur, maar het UWV berekende het dagloon op basis van het loon over 36 uur in het refertejaar, met een correctie naar 12/36 vanwege de vermindering van arbeidsuren. Appellant stelde dat het dagloon op basis van 12 uur had moeten worden berekend, omdat hij werkloos werd uit een dienstbetrekking van 12 uur.
De Raad oordeelde dat voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, van het Dagloonbesluit het loon uit de dienstbetrekking waaruit de werkloosheid is ontstaan als zodanig in het refertejaar bepalend is. Wijzigingen in arbeidsomvang in het refertejaar zijn alleen relevant voor de omvang van het loon in dat jaar. De berekening van het UWV is daarmee juist en in overeenstemming met de wet.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Gelderland wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berekening van het dagloon door het UWV wordt bevestigd.