ECLI:NL:CRVB:2015:4006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit vanaf 17 jaar
Appellante vroeg op 14 april 2011 (laattijdig) een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat zij vanaf haar 17e jaar gedurende ten minste 52 weken in staat was meer dan 75% van haar maatmaninkomen te verdienen. Na bezwaar en een verzekeringsgeneeskundige beoordeling bleef het besluit gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde het UWV in het gelijk.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld, onder meer vanwege haar paniekstoornis die haar belemmerde in groepen en bij harde geluiden. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende onderzoek had gedaan, waaronder medische en arbeidskundige rapporten, en dat appellante niet had aangetoond dat zij structureel minder dan 75% van het maatmaninkomen kon verdienen.
De Raad bevestigde dat appellante niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt op grond van artikel 2:3 van Pro de Wet Wajong, omdat zij niet voldeed aan de criteria voor arbeidsongeschiktheid vanaf haar 17e jaar en ook niet binnen vijf jaar daarna een toename van beperkingen had die tot een Wajong-uitkering zou leiden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag Wajong-uitkering wordt geweigerd omdat appellante vanaf haar 17e jaar meer dan 75% van haar maatmaninkomen kon verdienen.