ECLI:NL:CRVB:2015:3988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- L. Koper
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als huishoudelijke hulp, kreeg aanvankelijk een WGA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat zij slechts 34,56% arbeidsongeschikt was, waarop de uitkering werd ingetrokken.
Appellante voerde bezwaar en beroep aan tegen deze beslissing, stellende dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat haar medische situatie per datum in geding ernstiger was dan aangenomen. Zij overlegde medische brieven van diverse specialisten en het RIAGG.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat de ernstiger psychische klachten pas na de datum in geding zijn vastgesteld. Ook is niet gebleken dat de voorgehouden functies haar mogelijkheden overschrijden.
De Raad bevestigt daarmee de intrekking van de WGA-uitkering en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-uitkering wordt bevestigd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.