ECLI:NL:CRVB:2015:3949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over ingangsdatum Wajong-uitkering en participatieplan
Appellant, geboren in 1975, vroeg een Wajong-uitkering aan die het UWV toekende met ingang van 4 februari 2013. Appellant betwistte deze ingangsdatum en het participatieplan dat het UWV opstelde, stellende dat hij duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is en geen participatiemogelijkheden heeft.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het UWV de situatie van appellant beoordeelde op grond van artikel 2:15, tweede lid, van de Wet Wajong, terwijl volgens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) moest worden beoordeeld omdat appellant vóór 1980 is geboren. Hierdoor berustten de besluiten op een onjuiste wettelijke grondslag.
Daarnaast bood hoofdstuk 3 van de Wet Wajong geen grondslag voor het participatieplan dat het UWV opstelde. De Raad vernietigde daarom de aangevallen uitspraken en de bestreden besluiten en bepaalde dat het UWV nieuwe beslissingen moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De besluiten van het UWV over de ingangsdatum van de Wajong-uitkering en het participatieplan worden vernietigd en het UWV moet opnieuw beslissen.