ECLI:NL:CRVB:2015:3896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvolledige opgave verblijfplaats dak- en thuisloze
Appellant heeft op 15 en 16 augustus 2013 een aanvraag voor bijstand ingediend waarbij hij verklaarde dak- en thuisloos te zijn en drie verblijfadressen heeft opgegeven. De Dienst Werk en Inkomen van Amsterdam voerde een onderzoek uit naar zijn feitelijke woon- en leefsituatie. Uit het onderzoek bleek dat appellant op de opgegeven adressen niet werd aangetroffen en dat hij ook op andere locaties verbleef zonder deze te melden.
Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn verblijfplaatsen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet verplicht was alle wijzigingen van verblijfplaatsen te melden en dat het college onvoldoende had gecontroleerd.
De Raad oordeelde dat appellant, mede gelet op het door hem ondertekende opgaveformulier, redelijkerwijs op de hoogte moest zijn van zijn inlichtingenplicht en dat het niet melden van wijzigingen in verblijfplaatsen een schending van deze plicht is. Het college hoefde voorafgaand aan huisbezoeken geen navraag te doen over de actualiteit van de opgegeven adressen. Het hoger beroep faalde en de afwijzing van de bijstandsaanvraag werd bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is terecht afgewezen wegens onvolledige en onjuiste opgave van verblijfplaatsen.