ECLI:NL:CRVB:2015:3874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-partnertoeslag met terugwerkende kracht na niet-verzekerde periode partner
Appellant ontving vanaf april 2008 een AOW-pensioen berekend naar de norm van een ongehuwde. Na het samenwonen met zijn buitenlandse partner in november 2008 werd het pensioen herzien naar de gehuwdennorm en werd een maximale toeslag toegekend. Later bleek dat de partner voorafgaand aan november 2008 niet verzekerd was geweest, waardoor de toeslag te hoog was toegekend.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag de toeslag met terugwerkende kracht en beperkte de herziening tot de helft van de periode waarin de toeslag te hoog was toegekend. De rechtbank beperkte deze herziening verder tot een kwart van de periode. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet had kunnen onderkennen dat de toeslag te hoog was en beriep zich op het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen onderkennen dat de toeslag te hoog was toegekend, mede omdat het aantal verzekerde jaren van invloed is op de toeslaghoogte en deze informatie voor AOW-gerechtigden toegankelijk is. De Svb had het buitenwettelijk begunstigend beleid consistent toegepast door de herziening te beperken tot een kwart van de periode. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de AOW-partnertoeslag met terugwerkende kracht vanaf februari 2012 is terecht en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.