ECLI:NL:CRVB:2015:3872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante is sinds 23 december 2010 arbeidsongeschikt als apothekersassistente en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV wees dit af omdat zij na 104 weken minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Zowel het bezwaar als het beroep bij de rechtbank Arnhem werden ongegrond verklaard, waarbij de medische en arbeidskundige beoordelingen als voldoende gemotiveerd werden beschouwd.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen ernstiger waren en dat zij alleen in een veilige, niet angst-inducerende werkomgeving kon werken, met een urenbeperking. Zij onderbouwde dit met rapporten van een neuropsycholoog, GZ-psycholoog en ergotherapeut. Het UWV handhaafde het standpunt dat de beperkingen niet zodanig waren dat de geduide functies ongeschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische grondslag van het besluit deugdelijk was. De aanvullende rapporten gaven geen nieuwe inzichten die tot een andere beoordeling leidden. De arbeidsdeskundige had de geschiktheid van de functies afdoende gemotiveerd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag.