ECLI:NL:CRVB:2015:3865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant ontvangt sinds 1990 een WAO-uitkering wegens psychische aandoening met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft in 2012 het recht op uitkering herzien en vastgesteld dat appellant slechts voor 25-35% arbeidsongeschikt is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld en dat de geselecteerde functies niet passend zijn. Hij verzocht om een onafhankelijk psychiater.
De Raad schakelde een onafhankelijke psychiater in, die concludeerde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2011 de medische mogelijkheden van appellant adequaat weerspiegelt. De Raad volgde dit oordeel, dat zorgvuldig en consistent was gemotiveerd.
De arbeidskundige beoordeling bevestigde dat appellant in staat is om de geduide functies te vervullen en 33,45% van zijn maatmaninkomen te verdienen. De Raad oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.