ECLI:NL:CRVB:2015:3857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening militair invaliditeitspensioen op 40% ondanks restverschijnselen
Appellant ontvangt sinds 1978 een militair invaliditeitspensioen vanwege knieletsel opgelopen tijdens dienst. In 2008 werd het pensioen berekend op 45%, waarbij een extra percentage werd toegekend voor een ontsteking bij een knieprothese. In 2011 stelde de minister het invaliditeitspercentage vast op 40%, gebaseerd op een medisch advies dat de ontsteking was verdwenen en restverschijnselen niet apart hoefden te worden gewaardeerd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herberekening, ondersteund door een medisch rapport dat de verlaging niet gerechtvaardigd achtte. Zowel de rechtbank als de Raad oordeelden echter dat het medisch advies van de verzekeringsarts juist en zorgvuldig was en dat de restverschijnselen na revalidatie als inbegrepen bij de status na operatie moesten worden beschouwd.
De Raad concludeerde dat de minister zich terecht op het medisch advies heeft gebaseerd en dat er geen grond is voor een hogere mate van invaliditeit. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het invaliditeitspercentage blijft vastgesteld op 40%.