ECLI:NL:CRVB:2015:3854
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aanspraak Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 wegens verblijf in kamp De Wijk
Appellant, geboren in 1942 in voormalig Nederlands-Indië, verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog in het kamp De Wijk te Malang. Hij vroeg aanspraken aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), maar zijn aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat hij door de Japanse bezettende macht van zijn vrijheid was beroofd.
In bezwaar en beroep stond centraal of het kamp De Wijk vanaf november 1944 tot het einde van de oorlog als Japans interneringskamp fungeerde. Verweerder baseerde zich op de kampenlijst Nederlands-Indië, gebaseerd op het gezaghebbende werk van dr. D. van Velden, waaruit bleek dat dit niet het geval was. De door appellant overgelegde vragenlijst van zijn moeder gaf geen reden om deze informatie te betwijfelen.
Verder werd vastgesteld dat het kamp tijdens de Bersiap-periode, waarin appellant nog verbleef, een republikeins kamp was, maar gebeurtenissen uit die periode zijn niet relevant voor de Wuv. De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor een uitkering en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het kamp De Wijk geen Japans interneringskamp was en appellant geen vrijheidsberoving door de Japanse bezetter aannemelijk heeft gemaakt.