ECLI:NL:CRVB:2015:3852
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering vergoeding aanschaf auto op grond van Wuv
Appellant had beroep ingesteld tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank om de aanschaf van een auto te vergoeden op grond van artikel 20 van Pro de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).
De Raad stelde bij tussenuitspraak vast dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende was gemotiveerd en gaf opdracht tot een nieuw psychiatrisch onderzoek. Dit onderzoek, uitgevoerd door prof. dr. R.J. van den Bosch, concludeerde dat er geen toename van psychische klachten was en dat appellant nog in staat was om met een ander mee te rijden, waardoor niet voldaan werd aan de criteria voor vergoeding.
De Raad oordeelde dat het nadere besluit voldoende was onderbouwd en dat het beleid voor vergoeding van een auto, als algemeen gebruikelijke voorziening, strikt wordt toegepast. De bezwaren van appellant tegen het onderzoek en de wijze van totstandkoming van het besluit werden niet gegrond verklaard.
Daarom werd het beroep tegen het nadere besluit ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het oorspronkelijke besluit werd gegrond verklaard en vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het nadere besluit wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vergoeding van de aanschaf van een auto blijft in stand.