ECLI:NL:CRVB:2015:3843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellante ontving vanaf november 2012 bijstand en stond ingeschreven op het adres van haar moeder. Het college stelde na meldingen een onderzoek in, waaruit bleek dat appellante feitelijk niet op dat adres woonde maar bij haar vriend. Huisbezoek en verklaringen bevestigden dit.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking ongegrond en vernietigde het bezwaar tegen de terugvordering wegens procedurele redenen, maar wees het beroep verder af.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de verklaring van haar moeder te zwaar woog en haar eigen stellingen onvoldoende waren onderzocht. De Raad oordeelde dat de rechtbank de gronden afdoende had gemotiveerd en dat er geen aanleiding was voor nader onderzoek.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.