ECLI:NL:CRVB:2015:3840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet betalen griffierecht bij bijstandsintrekking
Appellant ging in hoger beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg waarin de bijstand van zijn echtgenote werd ingetrokken en teruggevorderd vanwege het niet melden van terugkeer uit detentie en inkomsten uit AOW. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht niet tijdig had betaald.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel recht had op bijstand, onderbouwd met stukken. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde eerst of de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Volgens artikel 8:41 Awb Pro moet het griffierecht binnen vier weken na kennisgeving worden betaald, anders wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij er sprake is van een gegronde reden voor het verzuim.
De rechtbank had appellant meerdere malen gewezen op de betaling van het griffierecht en het risico van niet-ontvankelijkheid. Appellant had het griffierecht niet betaald, dit niet bestreden en geen feiten of omstandigheden gesteld die het verzuim konden rechtvaardigen. Omdat appellant ook niet was verschenen om nadere toelichting te geven, kon niet worden afgeweken van de niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en ging niet in op de inhoudelijke gronden van het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.