ECLI:NL:CRVB:2015:380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling buitenlandbijdragen op grond van de Zorgverzekeringswet
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin de vaststelling van de buitenlandbijdragen voor de jaren 2010 en 2011 werd bevestigd. Hij stelde dat de systematiek van de vaststelling ondeugdelijk is en leidde tot discriminatie, en voerde een aantal aanklachten over vermeende fraude.
De Centrale Raad van Beroep heeft het wettelijk kader en de rechtspraak zoals door de rechtbank weergegeven als juist beoordeeld. De Raad oordeelde dat de door appellant aangevoerde gronden, waaronder de vermeende fouten in de berekeningswijze en de beschuldigingen van fraude, geen aanleiding geven om de geldende regeling buiten toepassing te laten.
De Raad benadrukte dat de rechter niet de innerlijke waarde of billijkheid van de wet mag toetsen en concludeerde dat de buitenlandbijdragen overeenkomstig de geldende regeling zijn vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de buitenlandbijdragen bevestigd.