Uitspraak
16 september 2014, 13/6176 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Het Uwv heeft op basis van medische en arbeidsdeskundige rapportages geconcludeerd dat appellant weliswaar beperkingen heeft, maar dat er voldoende reguliere functies zijn die passen bij zijn belastbaarheid. Het bezwaar van appellant werd door het Uwv ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep tegen dit besluit eveneens afwees.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische problematiek zodanig is toegenomen dat hij geen reguliere arbeid meer kan verrichten en verzocht om een nieuw onderzoek door een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat de medische informatie onvoldoende aanleiding gaf voor een nieuw onderzoek. De rapportages van de verzekeringsarts en psychiater Hassing werden als gemotiveerd en uitvoerig beschouwd, waarbij afwijkende medische informatie onvoldoende onderbouwing bood om het oordeel te herzien.
De Raad concludeerde dat appellant met aanpassingen binnen redelijke grenzen in een normale arbeidsomgeving kan functioneren en dat hij niet uitsluitend op Wsw-arbeid is aangewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wsw-indicatie door het UWV wordt bevestigd.