ECLI:NL:CRVB:2015:3685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-vervolguitkering bij 72% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, voormalig schoonmaakster, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende haar aanvankelijk een WGA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid, later herbeoordeeld tot 72% op basis van een functionele mogelijkhedenlijst en selectie van passende functies.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV, stellende dat haar beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege haar lichamelijke en longklachten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, oordelend dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief het meenemen van psychische verbeteringen en het ontbreken van aanwijzingen voor onderschatting van lichamelijke klachten. Ook de arbeidskundige selectie van functies werd als passend beoordeeld, waarbij rekening was gehouden met prikkelende stoffen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot toekenning van een WGA-vervolguitkering met 72% arbeidsongeschiktheid.