ECLI:NL:CRVB:2015:3683
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende gemotiveerde weigering WIA-uitkering wegens psychische klachten
Appellante, laatst werkzaam als schoonmaakster, viel uit wegens lage rugklachten en psychische klachten. Na een Ziektewetuitkering vroeg zij een WIA-uitkering aan. De verzekeringsarts van het UWV stelde op 9 januari 2012 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarbij psychische beperkingen niet werden erkend. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar psychische gezondheid was verslechterd, ondersteund door een rapport van psychologen en een psychiater.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verzekeringsartsen hun beperkingen inzichtelijk hadden onderbouwd. In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV het rapport van Condite onzorgvuldig had genegeerd en dat nader medisch onderzoek nodig was.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank over de rugklachten, maar verwierp het oordeel over de psychische beperkingen. De verzekeringsarts had zich onvoldoende persoonlijk een oordeel gevormd over de psychische toestand en het rapport van Condite niet betrokken. Hierdoor voldeed het onderzoek en het besluit niet aan de eisen van zorgvuldigheid en motivering.
De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen, conform artikel 8:51d Awb. Deze tussenuitspraak is gedaan door voorzitter Zeijen en leden Van Zeben-de Vries en Vrolijk op 9 oktober 2015.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de gebreken in het besluit te herstellen door aanvullend onderzoek naar de psychische beperkingen van appellante.