ECLI:NL:CRVB:2015:3682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding verhuis- en herinrichtingskosten op grond van Wubo
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met blijvende psychische invaliditeit, verzocht om vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten vanwege lichamelijke beperkingen en psychische klachten. Hij woont in een woning met twee verdiepingen en wil verhuizen naar een gelijkvloerse woning vanwege fysieke beperkingen en mantelzorg voor zijn bedlegerige echtgenote.
De Sociale verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk of medisch-sociaal wenselijk werd geacht. De Raad onderzocht de medische adviezen van geneeskundig adviseurs en concludeerde dat de psychische klachten van appellant, hoewel verergerd door eenzaamheid, geen medische noodzaak voor verhuizing vormen. De lichamelijke beperkingen maken verhuizing wel noodzakelijk, maar de psychische klachten zijn niet doorslaggevend.
De Raad volgde het beleid van verweerder dat vergoeding op grond van artikel 32 en Pro 33 Wubo alleen wordt toegekend indien causale klachten een verhuizing medisch noodzakelijk maken. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van dit beleid af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van vergoeding blijft gehandhaafd.