ECLI:NL:CRVB:2015:3666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering van niet-betaalde leenbijstand na stopzetting inhouding
Appellante ontving sinds 2009 bijstand en bijzondere leenbijstand voor energiekosten, huur en woninginrichting. De lening voor woninginrichting zou worden kwijtgescholden indien gedurende drie jaar maandelijks werd afgelost. De bijstand werd in 2012 beëindigd, waarna ook de inhouding op de bijstand stopte.
Ondanks meerdere verzoeken heeft appellante de openstaande leenbijstand niet voldaan. Het dagelijks bestuur vorderde daarom het restant van € 5.908,06 terug. Appellante stelde in hoger beroep dat zij dacht dat zij aan de kwijtscheldingsvoorwaarde had voldaan omdat zij via inhouding had afgelost en dat zij niet wist van de stopzetting van de inhouding.
De Raad oordeelde dat appellante slechts circa 32 maanden had afgelost en daarmee niet voldeed aan de driejaarstermijn. Het was begrijpelijk dat de inhouding stopte na intrekking van de bijstand. Het dagelijks bestuur was bevoegd de lening terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de niet-betaalde leenbijstand.