ECLI:NL:CRVB:2015:3649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.E.V. Lenos
- H. van Leeuwen
- J. Smeets
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als kwekerijmedewerker, viel uit wegens nek- en schouderklachten. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde een WIA-uitkering. Zowel de verzekeringsarts als de arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant geschikt is voor bepaalde functies, rekening houdend met zijn medische beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig en volledig was. De rechtbank oordeelde dat appellant de functies kan vervullen, ook al beheerst hij de Nederlandse taal niet volledig, omdat dit binnen zes maanden kan worden geleerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten hem belemmeren in het uitvoeren van de functies, onder meer door pijn, beperkingen in beweging en het niet kunnen lezen en schrijven. De Raad concludeerde dat de gronden van appellant reeds door de rechtbank juist waren beoordeeld en dat de medische stukken geen aanleiding geven tot een ander oordeel. De Raad bevestigde dat de FML van de verzekeringsarts juist is vastgesteld en dat de eerdere beperkingen door de bedrijfsarts niet doorslaggevend zijn.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.