ECLI:NL:CRVB:2015:3613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding WWB-schuld wegens onvoldoende inzicht financiële situatie
Appellanten verzochten het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk om kwijtschelding van een schuld van €24.234,09, ontstaan uit een WWB-lening, dan wel om het maandelijkse aflossingsbedrag op nihil te stellen. Het college wees dit verzoek af omdat geen sprake was van een restantvordering en er geen dringende reden was voor kwijtschelding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij psychisch geleden hebben door hun relatie met de gemeente en financieel afhankelijk zijn van giften van hun kinderen, waardoor aflossing tot onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen zou leiden.
De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat bijzondere omstandigheden zich voordeden die kwijtschelding rechtvaardigen. Zij hebben hun financiële situatie onvoldoende inzichtelijk gemaakt, en de keuze om geen bijstand aan te vragen ligt voor hun eigen rekening. Daarom kon het college het verzoek tot kwijtschelding en nihilstelling van de aflossing in redelijkheid afwijzen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de WWB-schuld en het nihil stellen van de aflossing wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellanten.