ECLI:NL:CRVB:2015:3607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens studiefinanciering
Appellante ontving vanaf januari 2012 bijstand als alleenstaande ouder. Na een IB-signaal bleek dat zij vanaf augustus 2013 studiefinanciering ontving, waarop het college haar bijstand opschortte en later introk voor de periode augustus-september 2013. De teruggevorderde bedragen betreffen de ten onrechte ontvangen bijstand over die maanden.
Appellante voerde aan dat zij vanwege haar medische situatie en zorg voor kinderen niet tijdig met haar klantmanager kon overleggen over het stopzetten van studiefinanciering, waardoor de terugvordering niet zorgvuldig was afgewogen. De Raad oordeelt dat het college slechts bij dringende redenen kan afzien van terugvordering, en dat appellante geen dergelijke zeer dringende redenen heeft aangetoond.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing is op 20 oktober 2015 in het openbaar uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens ontvangen studiefinanciering zonder zeer dringende redenen.