ECLI:NL:CRVB:2015:3595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet overleggen betalingsverklaring boetes
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd gevraagd schriftelijk te verklaren hoe hij een bedrag van €2.640 aan boetes had betaald. Ondanks een hersteltermijn leverde appellant geen schriftelijke verklaring of bewijsstukken aan. Het college schortte eerst de bijstand op en trok deze later in wegens het niet naleven van de informatieplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij voerde aan dat de gevraagde gegevens niet noodzakelijk waren en dat hij de informatie mondeling had verstrekt. De Raad oordeelde dat de gevraagde gegevens wel relevant waren vanwege de omvang van het boetebedrag en het negatieve vermogen van appellant.
Verder concludeerde de Raad dat appellant niet binnen de hersteltermijn schriftelijke stukken had overgelegd en dat de mondelinge verklaring onvoldoende was. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd. Een verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet tijdig overleggen van betalingsverklaring en bewijsstukken wordt bevestigd.