ECLI:NL:CRVB:2015:3575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over afwijzing IVA-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant verzocht om een IVA-uitkering, welke door het UWV werd afgewezen op basis van onvoldoende duurzame arbeidsongeschiktheid. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, maar dat de aanvullende onderbouwing door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in een rapport van 7 april 2015 dit tekort heeft opgeheven.
De verzekeringsarts verwees naar de Multidisciplinaire richtlijn persoonlijkheidsstoornissen GGZ, waarin behandelingen voor borderline persoonlijkheidsstoornis worden aanbevolen, en motiveerde dat er een meer dan geringe kans op herstel bestaat. Hoewel appellant stelt dat de loochening van zijn aandoening behandeling bemoeilijkt, concludeert de Raad dat behandeling mogelijk en zinvol is, ook bij ontkenning en externalisering.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit ongewijzigd. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht. Hiermee wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd op motiveringsgronden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.