ECLI:NL:CRVB:2015:3569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verwijtbaar niet verstrekken gegevens
Appellanten ontvingen sinds december 2011 bijstand op grond van de WWB. In oktober 2012 werden zij opgeroepen voor een gesprek in het kader van een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, maar zij verschenen zonder bericht van verhindering niet. Het Drechtstedenbestuur schortte daarop de bijstand op en gaf appellanten de mogelijkheid het verzuim te herstellen door alsnog te verschijnen en gevraagde stukken te overleggen.
Appellanten verschenen wederom niet op de herstelafspraak, waarna het bestuur de bijstand introk met ingang van 26 oktober 2012. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard door het college en de rechtbank. In hoger beroep voerden appellanten aan dat er sprake was van een verwarrende situatie met meerdere lopende zaken bij de gemeente en dat zij zich altijd bereidwillig hadden opgesteld.
De Raad oordeelde dat appellanten niet tijdig de gevraagde gegevens hadden verstrekt en dat het verzuim hen verwijtbaar was. De stelling dat appellante zich telefonisch had afgemeld was niet aannemelijk gemaakt. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens verwijtbaar niet verstrekken van gegevens wordt bevestigd.