ECLI:NL:CRVB:2015:3532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellante, die sinds 1999 een WAO-uitkering ontvangt wegens rugklachten en eczeem, verzocht in 2012 om herziening van haar uitkering wegens vermeende toegenomen klachten. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid konden rechtvaardigen. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit in 2013.
In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische klachten samenhangen met haar aspecifieke rugklachten en dat deze onvoldoende zijn meegewogen. Zij verwees naar medische rapporten en protocollen die complexiteit en multicausaliteit van haar aandoening ondersteunen. Het UWV en de rechtbank oordeelden echter dat deze informatie niet nieuw was en reeds bekend bij eerdere besluitvorming.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de door appellante aangevoerde feiten en medische gegevens niet als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden kunnen worden beschouwd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde overtuigend dat er geen medische afwijkingen waren die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen en dat de psychische klachten niet voortkomen uit dezelfde ziekteoorzaak. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te herzien wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.