ECLI:NL:CRVB:2015:353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die als leerling dieselmonteur werkte, meldde zich op 12 januari 2010 ziek vanwege nek- en schouderklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde bij besluit van 26 oktober 2011 vast dat appellant per 10 januari 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij door een auto-ongeval tijdens de bezwaarprocedure een toename van klachten had gekregen, waardoor hij niet in staat was de voor hem geschikte functies te vervullen. Hij voerde aan dat het rapport van een verzekeringsarts van 7 september 2012, waarin deze toename werd vastgesteld, ten onrechte niet was meegenomen in het besluit, wat in strijd zou zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel.
De Raad oordeelde echter dat het bestreden besluit ziet op de situatie per 10 januari 2012 en dat latere wijzigingen in de gezondheidstoestand geen invloed kunnen hebben op die peildatum. De medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit was deugdelijk en het zorgvuldigheidsbeginsel was niet geschonden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard; appellant heeft geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid op 10 januari 2012.