Appellant, geboren in 1965, heeft in 2010 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering wegens psychische klachten. Na een initiële afwijzing en bezwaar is het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard door het UWV, gebaseerd op een arbeidsdeskundig rapport dat stelt dat appellant in staat is minimaal 75% van het minimumloon te verdienen.
Vervolgens is appellant onderzocht door psychiater Van Eck, die een langdurige psychiatrische voorgeschiedenis en het syndroom van Asperger vaststelde. Van Eck concludeerde beperkingen in aandacht, zelfstandig handelen en sociaal functioneren, maar zag geen aanleiding voor een urenbeperking. Deze bevindingen werden door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onderschreven.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond en volgde het deskundigenrapport, waarbij werd vastgesteld dat de geselecteerde functies medisch passend zijn. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen groter zijn en vroeg om een nieuw onderzoek, maar leverde geen nieuwe medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV, ziet geen aanleiding voor een nieuw deskundigenonderzoek en bevestigt dat appellant geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Er is geen grond voor een proceskostenveroordeling.