Uitspraak
OVERWEGINGEN
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds juni 2011 bijstand volgens de WWB. Na een IB-signaal over inkomsten uit werkzaamheden, verzocht het college hem om loongegevens te verstrekken. Bij uitblijven van deze gegevens werd het recht op bijstand opgeschort en uiteindelijk ingetrokken per 21 oktober 2013. Appellant stelde dat de intrekking onterecht was en berustte op een verkeerde wetsgrond.
De Raad oordeelde dat de intrekking terecht was gebaseerd op artikel 54, vierde lid, WWB, omdat appellant niet binnen de hersteltermijn de gevraagde gegevens aanleverde, terwijl die gegevens van belang waren en redelijkerwijs beschikbaar voor hem waren. Het argument dat later overgelegde bankafschriften de intrekking zouden weerleggen, werd verworpen omdat die gegevens in bezwaarfase zijn verstrekt.
Appellant voerde ook aan dat de intrekking onredelijk en disproportioneel was vanwege financiële gevolgen en uitsluiting van schuldhulpverlening. De Raad verwierp dit omdat appellant pas na drie maanden opnieuw bijstand aanvroeg en de financiële gevolgen daardoor zelf veroorzaakte. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand per 21 oktober 2013 wegens niet tijdig verstrekken van gevraagde loongegevens.