ECLI:NL:CRVB:2015:3507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie en niet-naleving administratieplicht
Appellant vroeg op 31 juli 2013 bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), terwijl hij verklaarde sinds december 2012 werkloos te zijn. Uit onderzoek bleek dat appellant tot 5 augustus 2013 eigenaar was van een bedrijf en inkomsten had uit verhuur van opslagruimte en klusjes. Appellant kon echter geen boekhouding of verifieerbare administratie overleggen, mede doordat een deurwaarder in december 2012 de opslagruimte had afgesloten en de administratie zou zijn vernietigd.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder de benodigde financiële gegevens. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij in bewijsnood verkeerde en overlegde achteraf opgestelde leenovereenkomsten, die hij ter zitting als niet feitelijk erkende.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en niet voldeed aan de op hem rustende inlichtingenplicht volgens artikel 17 WWB Pro. Het ontbreken van een administratie over de relevante periode en het niet kunnen verifiëren van de herkomst van kasstortingen leidde tot de conclusie dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie en het niet naleven van de administratieplicht.