ECLI:NL:CRVB:2015:3499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering naar gehuwdennorm wegens niet-rechthebbende partner
Appellante diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Zij is gehuwd met een partner die geen rechtmatig verblijf in Nederland had. Het college kende haar bijstand toe naar de norm van een alleenstaande ouder met toeslag, omdat de partner geen rechthebbende was volgens artikel 11 WWB Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij recht had op bijstand naar de norm voor gehuwden op grond van artikel 16 WWB Pro en artikel 8 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat de partner niet viel onder de groep rechthebbenden en dat appellante daarom geen beroep kon doen op artikel 16 WWB Pro. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro slaagde niet, omdat eventuele positieve verplichtingen ten aanzien van de partner niet via de WWB kunnen worden gerealiseerd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijstand naar de gehuwdennorm wordt bevestigd.