ECLI:NL:CRVB:2015:349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontving bijstand in de vorm van een AIO-aanvulling sinds 1999. Na een gegevensuitwisseling tussen de Belastingdienst en de Sociale verzekeringsbank (Svb) bleek dat appellant een bankrekening verzweeg. De Svb verzocht appellant meerdere malen om een formulier heronderzoek en bankgegevens in te dienen, maar appellant reageerde niet binnen de gestelde termijnen. Hierdoor werd de bijstand per 23 januari 2012 opgeschort en later ingetrokken.
Appellant diende vervolgens een nieuwe aanvraag in, waarbij hij verklaarde contant geld in huis te hebben. De Svb stelde dat het vermogen van appellant de toegestane grens overschreed en wees de aanvraag af. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de taal niet machtig was en dat de Svb een vooringenomen houding had, en betwistte de bewijslast omtrent het contante geldbedrag.
De Raad oordeelde dat appellant de gevraagde informatie wel degelijk binnen de termijn had kunnen aanleveren en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. Tevens rust de bewijslast van de financiële situatie bij appellant, die onvoldoende bewijs leverde dat hij geen contant geld meer had. De Raad bevestigde daarom de intrekking en de afwijzing van de nieuwe aanvraag.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de afwijzing van de nieuwe aanvraag worden bevestigd wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens en onvoldoende bewijs van afwezigheid van contant vermogen.