Uitspraak
27 augustus 2013, 13/299 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 1 mei 2010 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe heeft appellant aangemeld voor een traject bij Alescon en hem uitgenodigd voor een intakegesprek op 18 januari 2012. Appellant verscheen niet op dit gesprek zonder opgaaf van redenen.
Het college legde een bijstandsverlaging van 50% voor één maand op wegens het niet gebruiken van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde zelf een verlaging van 20% voor één maand, omdat appellant verwijtbaar niet meewerkte aan het onderzoek naar arbeidsinschakeling.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het niet verschijnen verwijtbaar is, ondanks psychische problemen van appellant, omdat hij geen geldige reden gaf en het gesprek de gelegenheid bood om beperkingen te bespreken. De Raad oordeelt dat de rechtbank terecht zelf in de zaak heeft voorzien en de bijstandsverlaging van 20% passend is. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsverlaging van 20% voor één maand wegens verwijtbaar niet verschijnen op het intakegesprek wordt bevestigd.