ECLI:NL:CRVB:2015:3417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bijstandsaanvraag terecht buiten behandeling gelaten wegens niet tijdig aanleveren bankafschriften
Appellant diende op 28 maart 2013 een aanvraag om bijstand in en werd verzocht bankafschriften van zijn betaal- en spaarrekeningen over te leggen tijdens een intakegesprek op 15 april 2013. Hij verscheen niet op het gesprek en leverde de gevraagde stukken niet aan. Het college nam de aanvraag daarop niet in behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat appellant niet aan het verzoek had voldaan.
Appellant stelde dat hij mondeling om uitstel had gevraagd en dat dit was toegezegd, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Het dossier bevatte geen aanwijzingen voor een dergelijk verzoek en uitstel wordt altijd schriftelijk bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door niet binnen de gestelde termijn de benodigde bankafschriften te overleggen en dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gelaten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is terecht buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften zonder schriftelijk uitstel.