ECLI:NL:CRVB:2015:3415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijkheid woon- en leefsituatie
Appellant heeft op 29 juli 2013 een aanvraag om bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, waarbij hij als woonadres een adres in Rotterdam heeft opgegeven. Tijdens een werkintake verklaarde appellant echter geen vast verblijfadres te hebben en de meeste tijd bij een vriend te verblijven. Het college verzocht appellant meerdere malen om aanvullende documenten, zoals een huurcontract, een verklaring van inwoning en een formulier over gezamenlijke huishouding, maar appellant leverde deze niet aan.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant geen vaste woon- en verblijfplaats kon aantonen en onvoldoende informatie gaf over zijn financiële situatie. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn woon- en leefsituatie, ondanks de duidelijke verzoeken van het college.
De Raad stelt dat het op de aanvrager rust om feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die het recht op bijstand ondersteunen. Appellant slaagde hier niet in en had ook de mogelijkheid om het benodigde formulier bij het college op te vragen, wat hij niet heeft gedaan. Ook een aanvullende hersteltermijn was niet verplicht omdat de gevraagde gegevens duidelijk waren vermeld. De afwijzing van de aanvraag wordt daarom terecht gehandhaafd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie van appellant.