ECLI:NL:CRVB:2015:3410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen onroerend goed en onderneming in Hongarije
Appellante ontving bijstand sinds september 2011, maar na een anonieme melding startte het college een onderzoek naar haar verblijfplaats en vermogen in Hongarije. Uit het onderzoek bleek dat zij eigenaar was van een woning en mede-eigenaar van een onderneming met een hoog inkomen, die zij niet had gemeld.
Het college trok de bijstand in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug. Appellante voerde aan dat zij niet opzettelijk informatie had achtergehouden en dat zij niet begreep dat zij dit moest melden, maar deze beroepsgrond werd verworpen omdat zij de inlichtingenplicht had geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het college verplicht was de bijstand in te trekken en terug te vorderen omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder volledige informatie over het vermogen en inkomen van appellante.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen vermogen en inkomen worden bevestigd.