ECLI:NL:CRVB:2015:3378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging toeslag voor kamerbewoner die kosten kan delen
Appellant ontvangt bijstand met een toeslag van 20% als alleenstaande en woont in een kamer waar hij voorzieningen zoals badkamer en toilet deelt met anderen. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft de toeslag per 1 maart 2014 verlaagd naar 10%, omdat appellant de kosten van deze voorzieningen kan delen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het beleid inconsistent, onevenredig en willekeurig is, en dat hij langdurig nadelige gevolgen ondervindt door de verlaging. De Raad toetste het besluit aan de WWB en de gemeentelijke Toeslagenverordening en concludeerde dat het college terecht artikel 3, vierde lid, van de verordening heeft toegepast, waarin staat dat kamerbewoners die voorzieningen kunnen delen recht hebben op een toeslag van 10%.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat het besluit in strijd is met het verbod van willekeur, omdat het beleid consistent is toegepast. Ook achtte de Raad de nadelige gevolgen voor appellant geen reden om van de beleidsregel af te wijken. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de toeslag van 20% naar 10% voor de kamerbewoner wordt bevestigd.