ECLI:NL:CRVB:2015:337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid na verkoop woning en afstand huwelijksvermogen
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de WWB, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar kende het college haar bijstand toe maar legde een maatregel op: een verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand, omdat zij onvoldoende besef van verantwoordelijkheid zou hebben getoond. Dit was gebaseerd op de verkoop van haar woning in Turkije voor een aanzienlijk lager bedrag dan de waarde en het afstand doen van haar deel in het huwelijksvermogen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de verkoop gedwongen en gedwongen snel was, en dat zij niet over middelen beschikte om haar deel in het huwelijksvermogen te claimen. Ook stelde zij dat zij al vanaf de datum van haar echtscheiding recht had op bijstand.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende objectief bewijs leverde voor haar stellingen en dat haar verklaringen wisselend waren. Gezien het bezit van haar ex-echtgenoot in Turkije en de afstand die zij deed van een aanzienlijk vermogen, was het college terecht van oordeel dat zij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid had getoond. Ook was er geen reden om de maatregel te matigen of af te zien van verlaging. De echtscheiding vormde geen bijzondere omstandigheid om bijstand eerder toe te kennen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees de vordering van appellante af.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wordt bevestigd wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.