ECLI:NL:CRVB:2015:3361
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om zijn aanvraag voor bijstand af te wijzen wegens onvolledige inlichtingen. Het bezwaar en beroep tegen dit besluit zijn reeds ongegrond verklaard door het college en de rechtbank.
De voorzieningenrechter stelt dat een verzoek om voorlopige voorziening een actueel spoedeisend belang vereist. Verzoeker voert aan dat hij door inhoudingen op zijn bijstand niet kan voorzien in zijn kosten van levensonderhoud, waardoor zijn schulden toenemen.
Het college heeft echter bij besluit van 16 maart 2015 alsnog bijstand toegekend vanaf 4 februari 2015. Er is geen acute dreiging van huisuitzetting, afsluiting van energie- en waterlevering of verlies van ziektekostenverzekering. Bovendien kan verzoeker de bescherming van de beslagvrije voet inroepen.
De voorzieningenrechter concludeert dat de toename van schuldenlast geen spoedeisend belang oplevert en dat het belang niet zo zwaarwegend is dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en de beslissing is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een actueel spoedeisend belang.