ECLI:NL:CRVB:2015:3341
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursprocedure
De zaak betreft een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursprocedure die betrekking had op een bezwaarschrift ingediend op 22 augustus 2007. De totale duur van de procedure tot de uitspraak van 20 februari 2014 bedroeg meer dan zes jaar, waarbij de toegestane termijn van vier jaar met ruim twee jaar werd overschreden.
De minister erkende de overschrijding in de bezwaarfase, maar voerde aan dat de inschakeling van een externe deskundige de langere duur deels rechtvaardigde. De Raad oordeelde echter dat dit geen reden is voor een langere termijn en dat ook de opstelling van verzoeker geen verlenging rechtvaardigt.
De Raad stelde een schadevergoeding vast van € 2.500,- op basis van € 500,- per half jaar overschrijding. Hiervan werd € 1.000,- toegerekend aan de minister wegens overschrijding in de bestuurlijke fase, en € 1.500,- aan de Staat. Daarnaast werd een extra vergoeding van € 1.000,- toegekend wegens de onredelijke duur van de schadeprocedure zelf.
Tot slot werden de Staat en de minister elk voor de helft veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, begroot op € 245,-. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 september 2015.
Uitkomst: De Staat en de minister worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en de proceskosten.