ECLI:NL:CRVB:2015:327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, geboren in 1994, vroeg op 5 april 2012 een Wajong-uitkering aan wegens chronisch compartiment syndroom met pijnklachten in de kuiten sinds 2008. Het UWV stelde op basis van onderzoek vast dat appellant maximaal vijftien minuten kan lopen en staan, waarna rust nodig is, en concludeerde dat hij 75% van het minimumloon kan verdienen, waardoor hij niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit ongegrond na een aanvullend medisch onderzoek en beoordeling van een chirurg-traumatoloog. De rechtbank Limburg oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het belastbaarheidsprofiel uit een letselschadeprocedure niet vergelijkbaar is met de beoordeling voor Wajong.
In hoger beroep stelde appellant dat hij ernstige pijnklachten en beperkingen heeft, ook op persoonlijk en sociaal gebied, en verwees naar een belastbaarheidsprofiel en een verklaring van een sportarts. De Raad stelde vast dat deze gronden grotendeels herhaling zijn en dat de medische stukken onvoldoende onderbouwing bieden. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat de functie medewerker tuinbouw actueel was.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.