ECLI:NL:CRVB:2015:3218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet overleggen bankgegevens
Appellant ontving sinds 2009 bijstand op grond van de WWB. Het college ontving een anonieme tip over mogelijk frauduleus gedrag van appellant en verzocht hem bankafschriften over te leggen. Appellant voldeed niet aan dit verzoek, waarop het college de bijstand opschortte en later introk. Tevens werd een nieuwe aanvraag buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende gegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellant verwijtbaar tekort is geschoten in het overleggen van bankafschriften die van belang zijn voor de verlening van bijstand. Het college was bevoegd de bijstand in te trekken en de aanvraag buiten behandeling te stellen.
Appellant voerde aan dat het college niet tot zes maanden terug bankafschriften mocht opvragen, maar dit werd niet relevant geacht omdat hij ook niet binnen drie maanden de gevraagde stukken overlegde. Ook het ontbreken van een bewijs van opheffing van een bankrekening kon appellant niet aannemelijk maken. De belangenafweging van het college werd niet onredelijk geacht. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en het buiten behandeling stellen van de aanvraag worden bevestigd wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften.