ECLI:NL:CRVB:2015:3217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens onvoldoende re-integratie
Appellante ontvangt sinds 2006 bijstand als alleenstaande ouder. Het college heeft haar bijstand in 2011 en 2012 verlaagd wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie, met een maatregel van 40% verlaging voor februari 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze maatregel ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de maatregel disproportioneel was omdat zij en haar kinderen onder de armoedegrens leefden, en dat dit een schending van artikel 8 EVRM Pro opleverde.
De Raad oordeelde dat de enkele stelling dat appellante en haar kinderen onder de armoedegrens leefden onvoldoende is om de maatregel onrechtmatig te achten, mede omdat niet is toegelicht welke gevolgen de maatregel had. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De maatregel tot verlaging van de bijstand met 40% wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie wordt bevestigd.