ECLI:NL:CRVB:2015:3196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening beëindiging persoonsgebonden budget wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het zorgkantoor om herziening van het besluit tot beëindiging van zijn persoonsgebonden budget (pgb) en de terugvordering van voorschotten over 2011 en 2012. Het zorgkantoor wees dit verzoek af omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd zoals vereist op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel nieuwe feiten had aangevoerd, namelijk stukken ter verantwoording van het pgb die hij eerder niet kon overleggen vanwege verlies bij een woningontruiming. De Raad oordeelde dat deze stukken weliswaar nieuwe gegevens zijn, maar geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Appellant had deze gegevens al eerder kunnen aanleveren en had tijdig moeten aangeven dat hij deze kwijt was.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.