ECLI:NL:CRVB:2015:3172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant heeft op 10 mei 2013 bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waarbij rekening moest worden gehouden met het inkomen van zijn partner die in België woont. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de aanvraag af wegens onvoldoende verstrekte inlichtingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij alle benodigde informatie had verstrekt, onder meer over de financiële situatie van zijn partner. Het college had echter om aanvullende gegevens gevraagd, waaronder een verklaring over de wijze waarop zijn partner in haar levensonderhoud voorzag.
Appellant gaf telefonisch aan dat hij geld had geleend van vrienden om het levensonderhoud van zijn partner te bekostigen, maar kon dit niet onderbouwen met documenten of concrete gegevens. De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende verstrekte inlichtingen over het inkomen van de partner.