ECLI:NL:CRVB:2015:3133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding in WIA-hoger beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen twee uitspraken van rechtbanken inzake WIA-uitkeringen. Na benoeming van onafhankelijke deskundigen en rapportages heeft het UWV het bezwaar van appellant gegrond verklaard en een gewijzigd besluit genomen, waardoor appellant recht kreeg op een IVA-uitkering met ingang van 25 juli 2010. Hierop heeft appellant beide hoger beroepen ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding gehonoreerd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand en reiskosten, begroot op €3.198,60. Daarnaast heeft de Raad vastgesteld dat de redelijke termijn in de procedure met elf maanden is overschreden, waarbij het aandeel van het UWV in de overschrijding beperkt was. Daarom is het UWV veroordeeld tot betaling van €250,- en de Staat tot betaling van €750,- als schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
De uitspraak benadrukt de toepassing van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet, evenals het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten vanwege toestemming van partijen en heeft de proceskosten en schadevergoedingen expliciet gespecificeerd.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €3.198,60 proceskosten en €250 schadevergoeding wegens termijnoverschrijding; de Staat tot €750 schadevergoeding.