ECLI:NL:CRVB:2015:3115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting over autobezit
Appellante vroeg op 6 mei 2013 bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Tijdens het administratief onderzoek bleek dat zij sinds 2008 een auto op haar naam had staan, maar zij had dit niet gemeld. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af vanwege schending van de inlichtingenverplichting en vorderde het verstrekte voorschot terug.
Appellante voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat zij niet op de hoogte was van het autobezit en dat het lastig was om gegevens te verkrijgen omdat haar ex-partner de auto in het buitenland had verkocht. De Raad stelde vast dat het kentekenbewijs op haar naam stond en dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat de auto al in 2011 was verkocht.
Omdat appellante geen controleerbare gegevens over de waarde van de auto had verstrekt, kon het college het recht op bijstand niet vaststellen. De Raad oordeelde dat het college de aanvraag terecht had afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen vanwege schending van de inlichtingenverplichting over het autobezit.