ECLI:NL:CRVB:2015:3107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor woonkosten wegens onvoldoende inspanning voor goedkopere woning
Appellante was na detentie in België een woning gaan huren voor zichzelf en haar drie minderjarige kinderen tegen een huurprijs van €795 per maand, wat hoger was dan de huurgrens voor huurtoeslag. Zij ontving bijstand op grond van de WWB. Na een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de woonkosten werd deze door het college afgewezen omdat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden en appellante onvoldoende had aangetoond dat zij zich had ingespannen om een goedkopere woning te vinden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat de woonkosten niet als noodzakelijke kosten uit bijzondere omstandigheden konden worden aangemerkt. De rechtbank vond dat appellante onvoldoende pogingen had gedaan om een betaalbare woning te vinden, ondanks haar taalachterstand en de mogelijkheid om hulp in te schakelen.
In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe gronden aangevoerd en slechts haar eerdere argumenten herhaald. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat zij niet wist van de mogelijkheid om een urgentie-indicatie aan te vragen bij Woningnet. Tevens was niet betwist dat zij volstond met de woning die haar ex-partner had gevonden.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand voor woonkosten wordt bevestigd.