ECLI:NL:CRVB:2015:3100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-verstrekken gevraagde medewerking
Appellant ontving sinds februari 2013 bijstand en stond ingeschreven op een adres dat niet zijn feitelijke woonadres was. Het college nodigde appellant uit voor gesprekken over arbeidsmogelijkheden, waarop hij niet verscheen. Hierdoor werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken op grond van artikel 54, vierde lid, WWB.
Appellant wijzigde later zijn inschrijving naar het juiste adres en kreeg opnieuw bijstand toegekend. Het college verklaarde het bezwaar tegen de intrekking ongegrond, stellende dat het niet verschijnen niet verschoonbaar was, mede omdat appellant wist of had moeten weten dat post niet op zijn feitelijke woonadres werd bezorgd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant verantwoordelijk is voor juiste adresregistratie en dat het college aan haar bekendmakingsverplichting heeft voldaan door de brief aan het bij het college bekende adres te sturen. Het niet ontvangen van post door een conflict met de verhuurder komt voor rekening van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet binnen de gestelde termijn medewerking heeft verleend.