ECLI:NL:CRVB:2015:3090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuw feiten en niet vervulde wachttijd
Appellante verzocht het UWV om toekenning van een Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid die zou zijn ontstaan vóór haar 17e verjaardag. Het oorspronkelijke besluit uit 2000 wees deze aanvraag af, waarbij werd vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid niet doorlopend vanaf het 17e jaar bestond. Latere aanvragen in 2005 en 2007 werden eveneens afgewezen, zonder dat er nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
In 2013 diende appellante een nieuwe aanvraag in, ondersteund door medische rapporten en een brief van de Dienst Werk en Inkomen. Het UWV bleef bij haar standpunt dat de beperkingen niet samenhangen met de oorspronkelijke aandoening en dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet gewijzigd kon worden. Ook het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aangeleverde stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb. De medische rapporten ondersteunden niet dat de arbeidsongeschiktheid al vóór het 17e jaar bestond. Tevens was de wettelijke wachttijd voor toekenning van de uitkering niet vervuld. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.